Het feit over slotenmaker Watermaal-Bosvoorde dat niemand voorstelt

Op onze verdere wandeling aan de Antieke Langendijk vindt het oog een ledig staande brouwerij, welke weleer werd gedreven via destijds zaligen Joost Gerritsz over Ylen; ons aangaande de vele, welke sedert 1600 werden verlaten of uitgebroken, waarover Bleyswijck schrijft.

Een pedellen met de universiteiten zijn het laatste overblijfsel over het deftig officie. Deze titularissen hadden een taak een burgemeesters te vergezellen en achtbaarheid bij te zetten, overal daar waar die zichzelf ambtshalve in 't openbaar vertoonden.

De ‘graeffmaecker’ met de Nieuwe Kerk is vanwege ‘memorie’ aangetekend in de ‘huysinge’ hoofdhaar toebehorende.

Waarschijnlijk had deze bestaan vermogen met welberekende ofwel fortuinlijke speculaties in die of gene daar waar te danken.

Ofschoon het stadsdeel weinig opmerkelijks aanbood teneinde de toewijding over ons wandelaar te trekken, wil je daar hier nogmaals op te wijzen het in het kwartier een kiem moet worden gezocht aangaande ons industrie, die zichzelf betreffende er uit meer en meer en meer ontwikkelende eindelijk een vlucht nam, die met Delft, ook ingeval voortbrengster betreffende aardewerk, heinde en verre roem, verschafte.

Ofwel hij bestaan vermogen in de Vleeshal of in de dienst van Apollo en Momus bezit verworven, er geeft dit register van het haardstedengeld geen antwoord op.

In het zesde woonhuis, van het Weeshuis gerekend, woonde toentertijd een grootvader met de Delftse stedebeschrijver, die, een momentje zodra deze Dirck Evertsz met Bleyswijck heette, en in 1618 met enig zijner collega's Veertigraden via Z. E. Prins Maurits met bestaan ambt werd ontsla­gen. In 1625 werden deze echter weer in dit ambt hersteld.

Zoals betreffende oudsher en overal, zal een barbiers­winkel van mr. Jacob immers tegelijkertijd de plaats zijn geweest, waar een weetjes en praatjes betreffende de dag werden besproken en uitgebroed. Ons ‘Handelsblad’ en ons ‘Nieuws betreffende de Dag’ (kranten uit 1882)

Alle huizen en huisjes op een Boterbrug waren toentertijd eigendom met de plaats en aan verscheidene mensen verhuurd, bijvoorbeeld met een kleermaker; aan ‘Franchois een boode op Middelburch’; aan ons kuiper; een knoopmaker en anderen.

Plusminus honderd Delftenaren lieten voor de ontploffing het leven, waaronder een beroemde schilder Carel Fabricius,. Tweehonderd huizen in de omgeving werden totaal verwoest en driehonderd fors gebarsten. Dit gebied werd compleet opnieuw ingericht, waarbij verder een huidige Paardenmarkt ontstond.]

met der hier Burch oefenden verder hun nering juiste Oude Delft uit. Een laatste was brouwer ‘Inde Chimbel’ ofwel ‘Ros-bel’ (ons kleine schel of bel zoals er bijvoorbeeld met ons narren- of arrentuig is tot uw beschikking).

Twee kooplieden, wier ‘handelingh’ niet nader is aangeduid, hadden ieder hun persoonlijk pand met een Wijn­straat, één daarvan telde 9 haardsteden.

Ook de hierboven genoemde brouwerij de Roslam was het achterdeel van de vroegere brouwerij Een Slange welke oorspronkelijk met een Koornmarkt gevestigd was, maar doorliep tot aan de Antieke

Bovendien een gracht opwandelende, betreffende het register indien trouwe gids, bespeuren wij, dat daar tevens ons meester schilder woonde in een der aanzienlijkste huizen betreffende die buurt, dat in overeenstemming met bestaan eigenaar vier haardsteden bevatte. Zijn titel was Michiel Jansz en een deftige burger, welke te middelpunt over werklieden en winkeliers die huizinge bezat, was niemand anders vervolgens de vermaarde ‘contrefeyter’ Mierevelt, iemand die dit portretteren met heel wat ‘groote Heeren ende Vorsten’ nauwelijks windeieren legde.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *